Okinawa

Okinawa, het grootste eiland van de Ryukyu eilandengroep, kende al sinds 1470 een verbod op particulier wapenbezit. Nakomelingen van de eerste koning van Okinawa (Shunten) hielden hier ook de hand aan. Er was in deze tijd reeds op brede schaal belangstelling voor weerbaarheids trainingsmethoden.

In 1700 kreeg Okinawa een invasie te verduren van een Japans bushi leger van de daimyo van Satsuma en werd verslagen en bezet. Desondanks wilde Okinawa schat­plichtig blijven aan China en werd het importeren van wapens, van welk type dan ook, verboden. Het vervaardigen van zwaarden voor ceremoniële doeleinden werd zelfs stopge­zet (zogenaamd Sword edict uitgevaardigd door Shogun Tokugawa Iemitsu).

Het met hernieuw­de kracht uitgevoerde wapenverbod had tot onmiddellijk gevolg dat Chinese Chuan Fa metho­den werden bestudeerd en clandestien beoefend. Langzamerhand namen deze Chinese vormen (via diplomatieke en culturele missies rond de 7e eeuw naar Okinawa overgebracht) invloe­den uit Okinawa over en werden alle gemeenschappelijk 'Okinawa Te' genoemd of 'Tode' of simpelweg 'Te'. Tode (=Chinese hand) kan in de betekenis van Chinees als boksen opgevat worden, ofschoon het reeds honderden jaren eerder voorafgegaan werd door een krijgskunst die eenvoudig weg als 'Ti' bekend stond ( later werd deze term verjapanst tot 'Te', wat handen betekent).

Later zou men op Okinawa zelf gaan spreken over 'Shuri-te','Naha-te' en 'Tomari-te', ge­noemd naar een drietal plaatsnamen waar men veel 'Te' beoefende. Deze weinig onthul­lende namen moesten de geheimhouding in stand houden.

Overeenkomstig de invloeden uit de diverse Chuan-Fa methoden en overeenkomstig de verschillen in regio en meesters ontwikkel­de het Okinawa-te zich in drie hoofdrichtingen. Te uit Shuri onderging de grootste invloed vanuit het Externe systeem en Te uit Naha ontwikkelde zich grotendeels uit het Interne sys­teem. Te uit Tomari vormde een mengeling van zowel Externe als Interne invloeden. Daardoor is Shuri-te vooral offensief en neigt Naha-te naar het defensieve. Naha-te kent ook vormen waarbij wordt vastgehouden en geworpen, handelingen die in andere originele stijlen niet voorkomen.

Alhoewel de Japanse overheersers de vervaardiging en gebruik van wapens rigoureus verboden, slaagden diegenen die het Te ontwikkelden er in om een aantal wapens aan hun systeem toe te voegen. Sommige van deze wapens waren agrarische handgereedschappen die, zonder veel moeite, konden worden gebruikt binnen de mogelijkheden van het Okinawa-te. Het karakter van de ongewapende gevechtsvorm werd hierdoor niet aangetast.

De voor­naamste wapens welke gehanteerd werden en nog steeds gebruikt worden onder het Okinawa Kobujutsu zijn:

    •    Bo of Kon: een stok waarmee stoot-, slag- en zwaai technieken worden uitge­voerd, echter eveneens weringen, afklemmingen en immobilisatietechnieken
    •    Sai: een korte metalen drietand
    •    Tonfa: werd oorspronkelijk gebruikt als handvat voor een molensteen
    •    Kama: een sikkel die als slag-, stoot-, kap- en snijwapen gebruikt werd
    •    Nunchaku: slag- en stootwa­pen, afgeleid van een dorsvlegel.

Het omgaan met deze handgereedschappen en het volledig inpassen binnen de mogelijkheden die het kara-te van Okinawa bood, zou deze te vormen van toen af kenmerken.

Resumerend zouden we kunnen stellen dat de te vormen zich op hun niveau noodgedwongen ontwikkelden, parallel aan het Bujutsu en Budo in Japan, maar door het ontbreken van grondige doelstellingen en gebrek aan filosofische diepgang en hun beperkte blikveld, zich nimmer zo zouden kunnen ontplooien.

Bij het ingaan van de Meji periode in 1868 stonden de Japanse gezagsdragers nog steeds geen enkele ontwikkeling of activiteit op het gebied van Okinawa-te toe. Van 1890 tot 1940 onderging Okinawa een volledige assimilatie met Japan waardoor Judo en Kendo werden geïntroduceerd. De bedoeling daarvan was om de fysieke conditie van de dienstplichtigen te verbeteren. Een oplettende militaire arts merkte op, dat sommige dienstplichtigen een uitstekende fysieke conditie bezaten, hetgeen werd toegeschreven aan de beoefening van Te. Onder de indruk hiervan bekrachtigde de Japanse regering de invoering van Te als lichamelijke opvoeding in het onderwijs van Okinawa (1902).

Op Okinawa werd allengs de algemene Benaming 'Te' vervangen door 'Karate jutsu'. Het eerste (kara) ideogram werd gekozen omdat het een synoniem was voor China. Het betekent namelijk 'T ang', naar de gelijknamige dynastie waarin China het boksen dat tot Te zou leiden een hoogtepunt kende. Alhoewel het ideogram werd gelezen als 'To' (zodat To-de(te) jutsu in feite ook een geldende naam was) werd het gewoonlijk in het Japans gelezen als 'Kara'. Bij Kara werd 'te' gevoegd, het originele karakterteken voor 'te' uit Okinawa. Het ideogram jutsu werd gekozen omdat het kunst betekende. Vertaald leverde karate-jutsu op: China-hand-kunst. En hiermee respecteerde men op Okinawa heel knap drie culturen te weten: de Chinese (kara = T'ang = China), hun eigen (Te = hand) en de Japanse (Jutsu =kunst).